Meester Serné was 41 jaar leerkracht in IJmuiden op de Marnixschool. De naam van deze school veranderde later in Het Kompas. Hij deelt zijn belevenissen en herinneringen regelmatig met ons in een column. Deze keer: Joods Poerimfeest op de Marnixschool.
In deze tijd van herdenking over wat in de Tweede Wereldoorlog de Joden is aangedaan, ook in IJmuiden, volgt een herinnering van lang geleden. Er moest op de scholen aandacht besteed worden aan een nieuw vak: ‘geestelijke stromingen’. Ik besloot toen om het Katholieke carnaval, met verkleedpartijen en maskers waarbij niets is wat het lijkt, te vergelijken met een soortgelijk feest in het Jodendom.
Een verhaal over het Joodse Poerimfeest, het omkeren van het ‘Lot’, in groep 8 van de Marnixschool.
Het Joodse Poerimfeest gaat terug tot de tijd dat het Joodse volk in ballingschap leefde in het toenmalige Perzië onder leiding van koning Ashasveros, ook wel Xerxes genoemd. Een raadsheer van die koning, Haman, had het plan opgevat om de Joden uit te roeien, (vergelijkbaar met Hitler). De Jood Mordechai had gehoord van het plan van Haman en zorgde ervoor, door een list, dat zijn beeldschone nichtje Esther, de vrouw werd van koning Ahasveros. Deze koning was heel verliefd op Esther, maar mocht niet weten dat zij Joods was.
Toen Haman aan de koning vertelde dat hij de Joden ging ombrengen, bekende Esther haar afkomst aan de koning en vertelde hem dat het plan van Haman, om alle Joden in het Perzische Rijk om te brengen, ook haarzelf betrof. De koning besloot daarna, Haman te doden in plaats van de Joden. Het lot werd omgedraaid. Haman werd gedood en de Joden werden gered, dankzij Esther.
Ik besprak dit verhaal met de klas. Het gegeven dat de Jodenvervolging al eeuwen oud is, stond centraal en Esther had het lot omgekeerd. In de klas gingen we het Poeriemfeest nadoen, vlak voor onze Dodenherdenking op 4 mei. Met de handarbeidlessen hadden de kinderen carnavalsmaskers gemaakt en de tafels in grote cirkels in de klas gezet. ’s Ochtends las ik het verhaal van Esther voor. Het Bijbelverhaal en het verhaal zoals het in de Joodse geschriften staat. Het gebruik bij het Joodse verhaal is dat elke keer dat de naam van Haman voorkomt, iedereen veel lawaai maakt.
Ik had ouders van school gevraagd, in de klas samen met de kinderen deeghapjes te maken in de vorm van oren, de zogenaamde ‘Hamansoren’. Elke keer als tijdens de vertelling de naam ‘Haman” viel, nam ieder kind een hap uit een ‘Hamans-oor’ en maakte herrie, terwijl allen hun masker opzette. De eeuwenlange Jodenvervolging mag nooit vergeten worden. Ik heb mijn best gedaan.
Afbeelding aangeleverd

