We staan stil bij een typisch IJmuidens onderwerp met een foto en naar aanleiding van de actualiteit, een stukje geschiedenis, een bijzondere gebeurtenis, een evenement of gewoon een van de mooie taferelen die IJmuiden biedt. In deze aflevering aandacht voor het Lekkerbekje.
Door Erik Baalbergen
Een lekkerbek is iemand die van lekker eten houdt. In Vlaanderen is een lekkerbekje een opgerolde zure haring (rolmops) overgoten met een romige saus. In Nederland is een lekkerbekje een moot visfilet die door een beslag van water, bloem en zout wordt gehaald, in frituurolie wordt gebakken en met een saus wordt opgediend. Van oudsher wordt het Nederlandse lekkerbekje van schelvis of wijting gemaakt. Met name wijting was goedkoop en werd als ‘vis voor de poes’ beschouwd. Maar in de vorm van een lekkerbekje bleek het ook goed verkoopbaar als een smakelijk vishapje voor de mens.
Panga?
Omdat wijting in de loop der jaren zeldzamer en duurder is geworden, vind je tegenwoordig – als je niet uitkijkt – andere vissoorten in een lekkerbekje. Een bekend Nederlands diepvriesmerk maakt ze van pangasius, een vermeend ‘gezond en duurzaam’ alternatief met keurmerk, gekweekt in de Mekong-delta in Vietnam; ik zeg daar maar even verder niks over…
Terug naar het echte Nederlandse lekkerbekje zoals het bedoeld is. Volgens diverse, ook niet-IJmuidense bronnen is het lekkerbekje bedacht in IJmuiden. Hier werd bij een viskraam gebakken graatloze wijtingfilet verkocht. Omdat wijting als vis voor de poes bekend stond, werd een andere naam, ‘Lekkerbekje’, bedacht. Naast dat ik echte lekkerbekjes lekker vind, wil ik ook meer van de achtergrond weten.
Ros zegt, ze benne goed
Na wat leeswerk en gegoogel kom ik op het spoor van het bundeltje ‘Ros zegt, ze benne goed’ van Wouter de Graaf uit 2010, met jeugdherinneringen aan Oud-IJmuiden van voor 1940. Onder de noemer van ‘de geboorte van het Lekkerbekje’ vertelt de auteur over hoe zijn vader Jaap als visverkoper het lekkerbekje heeft bedacht.
Jaap de Graaf heeft vóór en tot in de Tweede Wereldoorlog een vishandel en viswinkel in de Oranjestraat, op nummer 19. Daarnaast is hij dikwijls met een bakfiets of een geïmproviseerde viskraam op diverse plekken in IJmuiden te vinden. Zo staat hij iedere ochtend bij de vishal op een strategische plek, waar veel viskopers en visknechten tijdens schaftpauzes langs lopen. Soms, bij regenachtig weer, weet Jaap te regelen dat er een viswagon dicht bij de ingang van de vishal wordt gereden. Met een paar viskisten en kranten flanst hij in de wagon een toonbank in elkaar, zodat zijn klanten hun gebakken schelvisjes, wijtinkjes, gulletjes of scholletjes droog kunnen eten. Zo’n gebakken visje kost zes cent.
Graten
Voor de graten staat er een emmer, maar de meeste graten belanden toch op de bodem van de wagon. De graten blijven steken tussen de van boven afgeronde vloerbalken en moeten er na afloop tussenuit gepeuterd worden, een flinke klus. Als oplossing verwijdert Jaap de middengraat van de visjes voordat hij ze bakt, en verkoopt de visjes als filetjes. Voor elk filetje vraagt Jaap zes cent, zodat hij voor zijn extra werk nu twaalf cent per visje vangt.
Vislustigen eten vooraf het beleg van hun stratenmakertjes en komen dan met het opengeslagen broodje langs het visstalletje. Hier wordt het broodje belegd met een of twee filetjes, vervolgens dichtgeslagen en verder lopend opgepeuzeld. Na klachten over de zijgraten, haalt Jaap voortaan ook deze eruit. Hij vindt een snelle manier om alle graten uit de rondvis te krijgen en zo een graatloze filet te maken.
Op mooie dagen staat Jaap ook met de bakfiets bij het Sluisplein. Vanwege de afwezigheid van graatjes worden zijn filetjes een groot succes bij de passerende strandgangers en de sluizenbezoekende dagjesmensen. Voor een filetje vangt Jaap hier vijftien cent. Als de klant toch een graatje vindt, is het filetje gratis.
Lekker bekkie!
Omdat ‘filetje’ zo weinig zegt, zoekt Jaap naar een geschikte naam voor het gebakken graatloze visfiletje. Aan de keukentafel herinnert moeder Annie zich dat de overbuurvrouw die morgen, toen ze Wouter zag lopen, had gezegd: ‘Wat heeft ‘ie toch een lekker bekkie, hè?’. Dat inspireert haar tot de woorden: ‘Ik denk dat ik het heb, Laten we het Lekkerbekje noemen. Het gaat door het bekkie! En het is lekker!’ Daarmee is de naam Lekkerbekje geboren.
De bakfiets krijgt direct de naam ’t Lekkerbekje. Jaap adverteert vanaf 1941 in de IJmuider Courant onder die naam. Ook zijn viswinkel, die na de oorlog in de President Krugerstraat op nummer 58 zit, krijgt dezelfde naam, evenals de grote viskar waarmee hij na de oorlog bij de geul naar het IJmuiderstrand staat.
Koek, rolmops
Ik wil de trotsheid van ons IJmuidenaren niet krenken, maar is het lekkerbekje echt een IJmuidense uitvinding? Wouter vertelt het verhaal dat zich afspeelt in zijn jeugd. Hij is in 1924 geboren en vertelt dat hij al meehelpt met de verkoop van filetjes als de naam Lekkerbekje nog niet wordt gebruikt door zijn vader. Maar al veel eerder, vanaf de vorige eeuwwisseling, is lekkerbekje een koeksoort. Als visgerecht bestempelt een krant uit 1920 rolmops in mayonaise als lekkerbekje, de Vlaamse variant dus. In een advertentie uit 1925 adverteert de Drentse vishandelaar Anton Visser met: ‘Neemt proef met onze fijne LEKKERBEKJES, iets nieuws’. Er staat niet bij wat hij precies bedoelt. In hetzelfde jaar adverteert een Haarlemse delicatessenhandel met Lekkerbekjes in Remoulade. Ook hierbij gaat het om de Vlaamse variant.
De naam Lekkerbekje mag dan geen IJmuidense vinding zijn, maar vooralsnog is het lekkerbekje als gebakken graatloze vismoot echt een IJmuidense vinding, en wel een hele smakelijke!
Fotobijschrift: Familie De Graaf voor hun viswinkel in de Oranjestraat: Jaap en Annie ‘lekkerbekje’ en zoon Wouter. Gezien de leeftijd van Wouter zal de foto zo rond 1930 zijn gemaakt. Foto: Noord-Hollands Archief / Beeldcollectie van de gemeente Velsen, invnr. 14163

