We staan stil bij een typisch IJmuidens onderwerp met een foto en naar aanleiding van de actualiteit, een stukje geschiedenis, een bijzondere gebeurtenis, een evenement of gewoon een van de mooie taferelen die IJmuiden biedt. In deze aflevering aandacht voor Scheveningen-Radio (deel 1).
Door Erik Baalbergen
Hoewel de naam anders doet vermoeden speelt kuststation Scheveningen-Radio een grote rol in de geschiedenis van IJmuiden. In twee afleveringen probeer ik de levensloop van deze spin in het radioweb tussen zeevarenden en walbewoners te schetsen. In deel 1 kijken we vanaf het begin tot aan de Tweede Wereldoorlog.
Marconi
De naamgever van onze Marconistraat, de Italiaan Guglielmo Marconi, wordt beschouwd als de uitvinder van de radiotelegrafie, de draadloze verzending van berichten in morsecode – punten en streepjes – via radiogolven. Hij verkrijgt in 1896 octrooi op dit ‘telegrapheeren zonder draad’ en verwerft daarmee een monopolie positie. In 1898 lukt het hem om in Engeland een afstand van 30 km draadloos te overbruggen. Eind 1901 volgt de eerste draadloze trans-Atlantische verbinding.
Scheveningen-Haven
In 1902 voert de Nederlandse Marine in samenwerking met de Rijkstelegraafdienst experimenten uit tussen Hoek van Holland en het lichtschip Maas. Op 19 december 1904 start rijkskuststation ‘Scheveningen-Haven’ met radiotelegrafie, als eerste niet-particuliere radiostation. Vanuit een voormalige bouwkeet in de Scheveningse duinen en gebruikmakend van een zogenaamde openvonkzender van AEG-Telefunken verzorgt zij draadloze telegrammen tussen de vaste wal en schepen op zee. In 1909 verhuist het kuststation naar een stenen gebouw, ook bij Scheveningen.
Radiotelegrafisten van Scheveningen-Haven versturen en ontvangen berichten in morsecode via de 600-meterband naar en van schepen op de Noordzee en later ook het Engelse Kanaal. Aan boord van een schip met een zend- en ontvangstinstallatie verzorgt de scheepsmarconist met koptelefoon en seinsleutel de berichtuitwisseling. Vanuit de keet luistert het kuststation verder naar noodseinen van schepen. De roepletters van Scheveningen-Haven zijn SCH. Roepletters worden in de radiotelegrafie en latere radiotelefonie gebruikt om zich te identificeren.
Aanvankelijk verwerkt het kuststation nog weinig radiotelegrammen, want de dan nog weinige zeeschepen met radiotelegrafieapparatuur aan boord hebben meestal een Marconi-installatie. Volgens Marconi’s octrooi zijn hiermee uitsluitend verbindingen met Marconi-apparatuur toegestaan, terwijl Scheveningen-Haven met een zender van een concurrerend merk werkt. Marconi’s monopolie positie wordt in 1906 opgeheven. Ook schrijdt de techniek voort en krijgen meer zeeschepen radiotelegrafieapparatuur aan boord. Scheveningen-Haven krijgt steeds meer radioverkeer te verwerken en onderhoudt de contacten met een groeiend aantal schepen van Nederlandse reders.
Van SCH naar PCH
Na de ramp met het passagiersschip Titanic in 1912 worden tijdens een internationale conferentie in Londen afspraken gemaakt over snellere ‘radiotelegrafische hulpverlening vanaf de kust’. Zo zijn er afspraken over het gebruik van radiofrequenties, internationale roepletters voor de kuststations en het luisteren naar noodseinen door kuststations tijdens vastgestelde stilteperiode van aanvankelijk drie minuten in elk kwartier, waarbij ander radioverkeer niet is toegestaan. De roepletters van Scheveningen-Haven wijzigen nu van SCH in PCH. Die PCH valt in de reeks aan Nederland toegewezen beginletters. Pas veel later wordt deze lettercombinatie geassocieerd met Paraat, Correct en Hulpvaardig, waarmee het personeel en de dienstverlening van Scheveningen-Radio worden gekarakteriseerd.
In het internationale ‘Verdrag van Londen’ uit 1914 worden de taken van kuststations als Scheveningen-Haven vastgelegd. De belangrijkste taak is het bevorderen van de veiligheid van de mensenlevens op zee. Diensten als het luisteren naar en reageren op noodseinen worden verder geformaliseerd.
Naar IJmuiden
In de loop der jaren gebruikt Scheveningen-Haven steeds meer en betere apparatuur en meer radiogolflengtes, zoals vanaf 1927 de korte golven met een veel groter bereik. Ook neemt het berichtenverkeer sterkt toe, zodat gelijktijdig berichten verzonden en ontvangen worden. Dit leidt tot onderlinge storing tussen de dicht bij elkaar geplaatste zenders en ontvangers. Een oplossing wordt gevonden in het verplaatsen van de ontvangers naar IJmuiden. Hier wordt in 1925 een hulpkuststation ingericht, van waaruit ook de zenders, die nog in Scheveningen staan, worden bediend. Ontvangstantennes worden geplaatst op Sluiseiland en in de duinen. Wel krijgt IJmuiden een noodzender.
Op 1 juli 1926 – dit jaar dus een eeuw geleden! – verhuist het kuststation Scheveningen-Haven definitief naar IJmuiden en betrekt het enkele vertrekken in het postkantoor aan de Kanaalstraat. Later wordt ook een barak (de ‘hut’) in de duinen voor de kortegolfontvanger in gebruik genomen. De zenders zelf blijven in Scheveningen staan en worden via telefoonkabelverbindingen vanuit IJmuiden bediend. Bij de Zuidersluis verrijst een hoge ijzeren antennemast, die via draden is verbonden met de toestellen in het kantoor aan de Kanaalstraat. Het kuststation blijft vooralsnog onder dezelfde naam ‘Scheveningen-Haven’ werken.
Scheveningen-Haven biedt vanaf maart 1926 ook radiopeilingen als dienst aan. Via radiokruispeilingen op de 800-meterband kan bij noodgevallen of op verzoek de positie van een schip met een radiotelegrafie-installatie aan boord binnen enkele minuten bepaald en doorgegeven worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van peilstations bij Willemsoord/Nieuwediep, IJmuiden (bij Wijsmuller) en Maasluis, en later ook Terschelling.
Scheveningen-Radio
Per 1 januari 1929 wijzigt de naam van Scheveningen-Haven in Scheveningen-Radio. De roepletters blijven PCH. De reservezender in IJmuiden krijgt de roepletters PCI. In 1932 start Scheveningen-Radio ook met radiotelefonie, het voeren en doorverbinden van telefoongesprekken via de radio. Radiotelefonie vergt eenvoudiger apparatuur, zodat radiocommunicatie voor steeds kleinere schepen beschikbaar komt. Het aantal radioberichten blijft stijgen, tot ruim 61.000 telegrammen en ruim 4700 gesprekken in 1939.
Oorlog
Als op 10 mei 1940 de Duitsers Nederland binnenvallen, weet Scheveningen-Radio de op zee verblijvende Nederlandse schepen tijdig te informeren, zodat ze niet naar het bezette vaderland terugkeren. Tijdens bombardementen op de IJmuidense havens van 10 tot 15 mei 1940 wijkt het kuststation uit naar een met zandzakken beschermd evacuatiestation op het land van boer Schaap in de Spaarndammerpolder. Vanaf half mei 1940 moet Scheveningen-Radio op last van de bezetter de uitzendingen staken. De Duitsers slopen de radiostations en roven de inhoud. Slechts een paar toestellen kunnen worden gered en laat men ‘onderduiken’. Tijdens de oorlog moet Scheveningen-Radio zwijgen.
In deel 2 duiken we in de geschiedenis tussen de bevrijding en het laatste bericht op oudejaarsdag 1998, het einde van Scheveningen-Radio.
Fotobijschrift: Keet van Scheveningen-Radio in de duinen ten zuiden van de semafoor, ca 1934. De “hut in de duinen” huisvest tot eind april 1940 een ontvangststation voor de korte golf. Dit station is buiten IJmuiden geplaatst om te voorkomen dat het gebruik van stofzuigers en andere elektrische apparaten in de buurt van het kuststation in IJmuiden de ontvangst verstoort. Foto: Noord-Hollands Archief / Beeldcollectie van de gemeente Velsen, invnr. 12263

