Meester Serné was 41 jaar leerkracht in IJmuiden op de Marnixschool. De naam van deze school veranderde later in Het Kompas. Hij deelt zijn belevenissen en herinneringen regelmatig met ons in een column. Deze keer: batikken in de klas.
Zo’n 30 jaar geleden was een eis van de overheid, dat in de hoogste klassen/groepen ook aandacht moest komen voor Aziatische landen bij de aardrijkskundelessen. Ik besloot daar een vier weken durend thema over Indonesië van te maken, waarin alle aspecten van dat land besproken zouden worden. Allerlei taal, reken, cultuur, geloofsaspecten, aardrijkskunde en geschiedenis kwamen aan bod. We bekeken ook allerlei filmpjes, waarop de kinderen een kunstvorm ontdekten: Batikken en dat daar magische symbolen bij hoorden.
Toen rees de vraag bij hen op: ,,Meester, kunnen wij dat ook gaan doen?”. Ik vond dat een goed idee, maar ik realiseerde me niet wat ik me op de hals ging halen. In groepjes maakten de kinderen aan de hand van de getoonde filmpjes, lijstjes van allerlei spullen die daarvoor nodig waren. Toen ik die lijstjes allemaal zag, dacht ik:,,Oh…HELP!!” Maar heb doorgezet, gelukkig met hulp van enthousiaste ouders.
Een ouder uit de klas werkte bij een stoffenzaak, waar men restjes stof had, die ik gratis kon ophalen. Er moesten kaarsen komen, want batikken doe je met gesmolten kaarsvet, die gedruppeld worden op een lapje stof. Dus ieder kind nam kaarsen van thuis mee. Ook kon ik aan textielverf komen via een vader met een creativiteitshop. Verfbakjes, rollers en bolletjes touw om de lapjes mee af te binden via een schildersbedrijf. Moeders kwamen met strijkbouten in de klas. De strijkbouten waren nodig na het batikken.
Kinderen druppelden met gesmolten kaarsvet hun naam op een lapje, met een magisch symbool. Naast iedere groep die met vloeibaar kaarsvet druppelde, stond een emmer water met handdoek. Voor het geval er iets misging. Ze rolden met een roller verf over het kaarsvet heen, maakten daar een pakketje van en bonden dat met touw vast. Na droging werd het pakketje opengedaan en werd het, met behulp van moeders, door de kinderen zelf met een strijkbout gladgestreken, waardoor het kaarsvet smolt.
Ook had ieder kind een extra exemplaar gemaakt, voor in de klas. Deze lapjes werden door een ex-leerling uit mijn eerste jaar(1974) die vele jaren later stagiaire in mijn klas was, op een lap met sterren genaaid wat het gordijn was van haar zoon. Het geheel werd omzoomd met het restje sterrengordijn.
De kinderen namen hun eerste lapje met gebatikte naam en symbool mee naar huis. Het wandkleed met sterren met het andere lapje heeft het hele verdere schooljaar in de klas gehangen.
Foto: aangeleverd

