IJmuiden – Voorafgaand aan de laatste Grand Prix van Nederland afgelopen zondag voerde de luchtmacht een flyby uit boven het circuit van Zandvoort. Met de flyby bracht de Luchtmacht met een Chinook transporthelikopter en vijf F-25 gevechtsvliegtuigen een kwartier voor aanvang van de start van de allerlaatste Formule 1 race een militaire groet aan het racegezelschap en het publiek.
Door Erik Baalbergen
Een flyby als onderdeel van een ceremonie ‘staat voor verbondenheid, nationale trots en het markeren van een bijzonder moment,’ aldus een persbericht van Defensie over deze flyby. De flyby vond plaats rond het moment dat Davina Michelle, begeleid door het Orkest Koninklijke Luchtmacht, het Wilhelmus zong.

IJmuiderslag
In IJmuiden konden we een graantje meepikken van de flyby; we wonen tenslotte niet echt ver van het circuit! De Chinook helikopter had ruim voor aanvang een grote Nederlandse vlag van 20 bij 13 meter opgepikt op het zweefvliegveld bij Langevelderslag. Een extra gewicht van meer dan 500 kilo zorgde ervoor dat de vlag, ondanks de stevige bries, fraai onder de helikopter bleef hangen en goed zichtbaar bleef. Om het halve uurtje tussen het oppikken en de flyby te vullen, maakte de Chinook diverse flyby’s over onder meer de IJmuiderslag, waar zich inmiddels tientallen toeschouwers hadden verzameld.

Pijlformatie
Tegen kwart voor drie vertrok de helikopter richting circuit. Intussen kwamen vanuit het noorden, vanaf de IJmuiderslag gezien boven de hoogovens, vijf F-35’s in ‘pijlformatie’ landinwaarts aanvliegen. Gelukkig niet op volle snelheid, dan zou er weinig te fotograferen zijn. Helaas maakten deze maar één flyby bij de IJmuiderslag en vlogen linea recta richting Zandvoort, zodat deze daar op tijd en strak gedirigeerd met de Chinook de flyby boven het circuit konden maken. Ten zuiden van Zandvoort keerden de F-35’s zeewaarts en vlogen boven zee, ietsjes sneller, richting de thuisbasis Leeuwarden. Vanaf de IJmuiderslag konden we zo toch nog een beetje meegenieten van het spektakel rond de Formule 1!Foto’s: Erik Baalbergen


