Velsen – In Huis van de Wijk De Stek in Velsen-Noord vond maandagavond een bijeenkomst plaats in het kader van Ketikoti, de herdenking van het slavernijverleden. Er werden kransen gelegd en auteur Ted Polet was uitgenodigd om over zijn boek Anansi te vertellen. De historische roman verscheen drie jaar geleden en vertelt een liefdesverhaal tegen de achtergrond van de meedogenloze slavenhandel en het bikkelharde leven op de plantages in Suriname aan het einde van de 17e eeuw.
Door Raimond Bos
De dertig stoelen die klaar waren gezet in de zaal van het wijkcentrum bleken niet voldoende te zijn. In allerijl werden er nog wat extra stoelen bijgezet om aan alle bezoekers een zitplaats te kunnen bieden. De avond werd geopend met een waterritueel dat werd uitgevoerd in het Sranantongo, de taal die in Suriname ontstond tijdens de koloniale periode als communicatiemiddel tussen tot slaaf gemaakte bewoners en slaveneigenaren. Het water stond symbool voor de verbinding met voorouders die in slavernij leefden en werkten. Aansluitend werden twee kransen gelegd ter nagedachtenis aan de slachtoffers van het slavernijverleden. Door fluitist Ronald Snijders werd de ceremonie muzikaal omlijst. Hij speelde op de dwarsfluit die hij op 16-jarige leeftijd kreeg van zijn vader, Eddy Snijders. Inmiddels is Snijders 75 jaar oud en nog altijd actief musicerend. Hij benadrukte het belang van een bijeenkomst als deze: „We moeten herdenken wat er is misgegaan in de wereld en wat weer dreigt mis te gaan, al wil niet iedereen dat geloven.”
Groeiende herdenking in Velsen
De organisatie van Ketikoti in Velsen is de afgelopen jaren uitgebreid. Waar in 2025 nog slechts een gezamenlijke maaltijd werd georganiseerd, is dit inmiddels uitgegroeid tot een officiële herdenkingsplechtigheid. De initiatiefgroep Ketikoti Velsen werkt inmiddels samen met andere gemeenten in de regio, waardoor een regionale gemeenschap rond de herdenking is ontstaan. Volgens de organisatoren gaat het nadrukkelijk niet alleen om de Surinaamse gemeenschap, maar om alle inwoners van het Koninkrijk der Nederlanden. Het doel is om onderbelichte en onbekende verhalen uit het slavernijverleden zichtbaar te maken. Namens de gemeente Velsen was wethouder Gideon Nijemanting aanwezig. Hij hield een korte toespraak, waarin hij inging op verbondenheid met elkaar. „De verbondenheid is hier meteen voelbaar,” merkte hij op. Hij vervolgde: „Het gaat hier vanavond over mensen van wie destijds de vrijheid, waardigheid en identiteit werd afgenomen. Herdenken is niet alleen terugkijken, maar ook erkennen.” Nijemanting stelde verder dat het belangrijk is om in de samenleving naar elkaar te blijven luisteren, om elkaar beter te kunnen begrijpen. De inclusiebrigade (een samenwerkingsverband van maatschappelijke organisaties, bedoeld om discriminatie sneller aan te pakken en de gemeente toegankelijker te maken voor iedereen, RB) kan hierin volgens hem een belangrijke rol vervullen: „We streven ernaar dat iedereen de vrijheid en gelijkwaardigheid in de gemeente Velsen kan voelen.”
Boekpresentatie van Ted Polet
Een belangrijk onderdeel van de avond was de presentatie van het boek Anansi van auteur Ted Polet. Het werk wordt door hem omschreven als een historische roman met zowel liefdesverhaal als verwijzingen naar het slavernijverleden. Polet vertelde dat de figuur Anansi zijn oorsprong vindt in West-Afrikaanse verteltradities, met name in gebieden die nu deel uitmaken van Ghana. De spin Anansi is daarin een bekende verteller en symboolfiguur die via slimme verhalen en listigheid machtigere tegenstanders te slim af is. Volgens Polet laat de figuur zien hoe cultuur en verhalen tijdens de slavernij niet verdwenen, maar juist in het geheim werden doorgegeven en zo bleven voortbestaan. De aanleiding voor het boek was voor hem een bezoek aan een voormalige slavenkelder in Ghana, waar hij naar eigen zeggen nog altijd de sporen van het verleden kon voelen: „ Je ruikt gewoon nog dat daar mensen gevangen werden gehouden.” In zijn presentatie verwees hij ook naar historische locaties in Nederland en de rol van rijkdom die mede door slavernij werd opgebouwd. Als voorbeeld toonde hij een foto van het huis Akerendam in Beverwijk: „Ook hier woonde een familie die niet deugde. Al het geld dat hierin zit, komt uit de slavernij.” Verder ging hij in op de stereotyperingen uit die tijd, waarvan de negatieve effecten ook vandaag de dag nog voelbaar zijn: „De slaven zouden dom zijn, ze zouden lui zijn, die eeuwenoude praatjes over karakterloosheid legden de kiem voor de hedendaagse discriminatie.”
Kritische vragen tijdens interview
Na de presentatie werd Ted Polet geïnterviewd door journalist Stuart Kensenhuis. In dit gesprek kwamen enkele kritische vragen aan bod. Zo werd hem gevraagd in hoeverre hij zich gerechtigd voelde de naam Anansi te gebruiken. Polet gaf aan dat hij zich bewust is van de gevoeligheid, maar dat hij vindt dat het belangrijk is recht te doen aan de culturele achtergrond van het verhaal. Ook werd de vraag gesteld of een ‘witte auteur’ niet het risico loopt de gruwelijkheden van de slavernij te willen verzachten. Polet stelde dat hij juist alle aspecten van het verleden in zijn boek heeft willen meenemen, inclusief geweld en onderdrukking. Daarnaast werd gediscussieerd over de geloofwaardigheid van een liefdesrelatie tussen een zwarte vrouw en een witte man in de koloniale context. Polet erkende dat dit onderwerp complex is en dat er verschillende interpretaties mogelijk zijn. Bovenal gaf hij aan afschuw te voelen over het slavernijverleden.
Erkenning
De 23-jarige Chelseay, woonachtig in Velsen maar van Surinaamse afkomst, behoorde maandag tot de jongste bezoekers van de herdenking. Juist aan het herdenken van het slavernijverleden hecht zij bijzonder veel waarde. „Op 1 juli gaan we feesten, maar ik hou van het herdenken en erover praten. Wat in het verleden is gebeurd, doet heel veel pijn.” Als ze bij een herdenking als deze oog in oog staat met ‘witte mensen’, merkt ze dat dit gemengde gevoelens bij haar oproept. Terecht? Ze denkt even na en zegt dan: „Ik denk niet dat het terecht is, want het is iets uit het verleden. Maar toch, ik ben blij dat er nu erkenning is voor het slavernijverleden. Dat geeft me een fijn gevoel.” Jan Müter, ooit gemeenteraadslid voor de SP in Velsen, sloot zich onlangs aan bij BIJ1 en maakt deel uit van een groep mensen die werkt aan een afdeling IJmond van deze landelijke politieke partij. Het eerste wapenfeit van de werkgroep is een brief aan de colleges van Velsen, Beverwijk en Heemskerk met een oproep om Ketikoti mee te nemen in het gemeentelijke vlaggenprotocol. Vanuit die betrokkenheid woonde hij deze avond bij. Zijn conclusie: „Deze bijeenkomst is leuk en nuttig. In honderden jaren is een bepaald beeld gevormd door kleine verhaaltjes, maar we moeten nu de keerzijde zichtbaar maken, de werkelijkheid door laten dringen en afstand nemen van het verleden.”
Afsluiting
De bijeenkomst in Huis van de Wijk De Stek liet zien dat de herdenking van Ketikoti in Velsen zich ontwikkelt tot een bredere, regionale traditie. Met een mix van ritueel, literatuur, muziek en persoonlijke verhalen werd het slavernijverleden vanuit verschillende perspectieven belicht, waarbij zowel historische reflectie als actuele doorwerking centraal stonden.
De herdenking van Ketikoti in Velsen ontwikkelt zich tot een bredere, regionale traditie. Foto: Reinder Weidijk

