Ria van Es over 40 jaar wonen in Velserbroek
Tekst en foto: Arita Immerzeel
Het eerste huis in pampercity Velserbroek werd 22 augustus 1986, dus 40 jaar geleden, opgeleverd. Ria van Es werd door wethouder Ko Meijer als eerste bewoner in de bloemen gezet, nadat zij door een hoepel was gegaan. In deze aflevering vertelt Ria over haar ervaringen van toen en nu, hoe het is om in Velserbroek te wonen.
De paarden zijn vervangen door bakfietsen
Op de fiets arriveert goedlachse Ria van Es (72) op het redactieadres. ,,Zaterdag de 22e hebben we een heel gezellig samenzijn gehad pal voor ons woonhuis. Met een man of 30 hebben we herinneringen opgehaald aan 40 jaar wonen in Velserbroek. Er waren foto’s, er waren boeken en het was leuk om een aantal mensen weer te zien en te spreken. Je moet het zo zien, ons huis was als eerste klaar en de straat was netjes gemaakt. Om de hoek konden mijn twee zoons, Bram en Daan, naar school. Dat was een houten gebeuren met vijf leerlingen, zo is De Hoeksteen gestart. Er stonden koeien en een stier voor de deur en door de straten liepen veel paarden. De oorspronkelijke bewoners waren de mensen, die op de boerderijen in de Hofgeest woonden. Familie Nijssen, Lemmers, Willems Floet, Schoorl, Van Nesten, noem maar op. Zij hebben ons nooit als indringers behandeld, maar ons goed opgevangen. Er was een noodsupermarkt, er was een speelplaats voor de kinderen en een zandbak in het begin. Onze huisarts was dokter Van der Sar in Santpoort. ”
Ria heeft een bekende Velsense achternaam. ,,Ik heb ook wel in de winkel van mijn vader gewerkt. Ik ben een echt mensenmens, ik ken veel mensen, heb een oprechte interesse in wie ik tegenkom. In de wijk wandelde en ook nu in de nieuwe wijken in Velserbroek wandel ik veel met mijn teckel. Er zijn nu weer veel jonge mensen en gezinnen in Velserbroek komen wonen. Dat is fijn. Overigens zijn met die jonge gezinnen in plaats van paarden, het nu bakfietsen, die door de wijk voorbijkomen.
Wat ook een zo’n mooie herinnering is, is dat Daan en Bram, mijn zoons, na school een overall aantrokken. Er waren natuurlijk nog weinig voorzieningen voor kinderen. Ze hielpen Aad van Nesten, de boer, met melken en hielpen mee om schaapjes geboren te laten worden.
Ik woon nog steeds met veel plezier in Velserbroek, al zou ik ook wel over willen stappen naar een woning die gelijkvloers is. Niets is voor altijd. Echter, vooralsnog zijn er voor mij geen overstapmogelijkheden, dus ik blijf gewoon wonen waar ik woon en geniet van alle wandelingen met mijn hond. Een hond zorgt voor verbintenis, dat was toen en dat is nog steeds zo.”

