Velserbroek – Na een dienstverband van ruim veertig jaar bij Rutte Autodemontage houdt Erik Goes (1961) het voor gezien. In september zwaait de geboren en getogen Santpoorter af om van zijn prepensioen te gaan genieten. „Met pijn in het hart, dat wel. Want ik heb het hier altijd heel erg naar mijn zin gehad,” blikt hij terug. Voor veel klanten is Erik, die binnen het bedrijf de verkoop voor zijn rekening neemt, het gezicht van de zaak.
Door Raimond Bos
Rutte Autodemontage is in een halve eeuw tijd een begrip geworden in de regio Kennemerland. Het is de grootste autosloperij in de wijde omtrek en bijna elke autobezitter uit deze contreien kent de naam en locatie. Toch is het succes van het bedrijf niet altijd zo vanzelfsprekend geweest. Toen veehouder Thijs Rutte eind jaren 60 op eigen grond vanuit liefhebberij een autosloperij begon, werd het terrein meerdere malen geruimd door de plaatselijke autoriteiten. Reden: het bedrijf zou het landschap ontsieren. Toch slaagde de ondernemer er uiteindelijk in om een vergunning te krijgen. Niet lang daarna werd Rutte getroffen door een hartstilstand en overleed hij, totaal onverwacht. Zijn zoons Kees en Peter besluiten uiteindelijk om, met hulp van Erik Goes, het bedrijf voort te zetten. Erik: „Ik was in mijn jeugd altijd bij de boeren in onze streek aan het werk. Ik raakte bevriend met Kees en Peter en als jongen van 16 jaar oud kwam ik al vaak op de sloperij. Vader Thijs Rutte was als een stiefvader voor mij. Toen ik 24 was, kwam ik er in vaste dienst. Na het overlijden van Thijs hebben we er met z’n drieën de schouders onder gezet.”
Smeuïge verhalen
Hoewel Erik dus geen familielid is, werd hij door de jaren heen ten rechte vaak aangezien voor de eigenaar van de zaak. „ik had zwart haar, net zoals Thijs. Dat zorgde wel eens voor verwarring. Ik speelde wel de baas, maar ik was het niet.” Peter bevestigt: „Ik sprak regelmatig klanten die tegen me zeiden: ik dacht dat Erik een broer van je was.” Erik hield zich door de jaren heen steeds bezig met de verkooptak van het bedrijf. „De klanten waren mijn vrienden. Ik kon eigenlijk met iedereen wel goed opschieten en als er eens iets was voorgevallen, dan werd het altijd opgelost. Maar we werken hier als team, ik kan het niet in mijn eentje. Ik zeg altijd: de jongens achter de schermen zijn minstens zo belangrijk. Als zij een onderdeel niet loshalen, kan ik het niet verkopen!” Smeuïge verhalen zijn er genoeg. Samen met de broers Rutte haalt Erik wat herinneringen op. Tegenwoordig is het bedrijf gevestigd op een verhard terrein, maar voorheen moest je met laarzen aan door de prut om bij een autowrak te kunnen komen. „We hadden hier laarzen klaarstaan voor de klanten, maar dan hadden ze bijvoorbeeld maat 42 en pakten ze maat 47 uit het rek. Vervolgens kwamen ze met hun laarzen vast te zitten in de blubber en zagen we ze op sokken weer terugkomen.”
Zelf komen sleutelen
Een ander bijzonder voorval betreft een klant die zijn auto even ergens op het terrein had geparkeerd om naar onderdelen te gaan zoeken. Iemand had het voertuig vervolgens voor sloopwagen aangezien en per abuis volgegooid met troep. De wagen stond inmiddels elders op het terrein, toen de klant bezorgd kwam informeren waar zijn auto gebleven was. „Ook dat hebben we weer naar volle tevredenheid kunnen oplossen,” lacht Erik. „Hij kreeg zijn onderdelen gratis mee en zijn wagen hebben we natuurlijk schoongemaakt.” Momenteel bestaat het team van Rutte Autodemontage uit ongeveer 25 personen. Door de jaren heen is er het nodige veranderd, onder meer ingegeven door aangescherpte regelgeving. Eén ding bleef echter altijd: klanten mogen nog steeds zelf het terrein op om persoonlijk het gewenste onderdeel los te schroeven uit een sloopauto. Wie dat niet wil, kan dit uiteraard ook tegen een meerprijs door een monteur van het bedrijf laten doen. In de afgelopen vier jaren heeft Erik zijn werkrooster al geleidelijk teruggeschroefd: „Ik werkte hier zes dagen in de week, maar ik ben eerst een dag minder gaan werken, toen nog een dag minder en nu werk ik nog drie dagen. Per 1 september stop ik helemaal, ik vind het mooi geweest. Maar vervelen zal ik me niet, want ik heb hobby’s genoeg. En ik mag voorlopig thuis het eten gaan koken, want mijn vrouw werkt nog wel.”
Fotobijschrift: Erik Goes (rechts) met de broers Kees en Peter Rutte. Foto: Bos Media Services

