Belcanto laat opera leven
Door Frits Rijperman
Met een krachtige zwaai van zijn armen zet dirigent Marco Bons zo’n veertig zangers tegelijk in beweging. In Sociaal Cultureel Centrum De Abeel repeteert operakoor Belcanto voor een van de grootste producties van de afgelopen jaren. Buiten is het tropisch warm, binnen klinkt de muziek van Georges Bizet. Af en toe zingt Bons een passage voor, waarna het koor direct oppakt. Pianist Lodewijk Crommelin begeleidt de repetitie. Het koor bestaat grotendeels uit vrouwen van rond de zestig jaar, maar ook de mannenstemmen zijn goed vertegenwoordigd met als oudste lid Leo de Jong, een indrukwekkende negentiger. De sfeer is ontspannen, maar tegelijk geconcentreerd.
De Parelvissers
Terwijl de repetitie doorgaat, maak ik achter in de zaal kort kennis met bestuurslid Ingrid Konst. Zij vertelt dat Belcanto zich voorbereidt op een grote productie van De Parelvissers van Georges Bizet. De opera is op 3 en 4 oktober te zien in het Haventheater in IJmuiden. Maar eerst staat het jaarlijkse zomerconcert op het programma. Op vrijdag 18 juli zingt Belcanto in de Engelmunduskerk in Driehuis. Sopraan Viola Cheung en tenor Francis Ng, afkomstig uit IJmuiden, verlenen hun medewerking. Op het programma staan koorstukken en aria’s uit De Parelvissers, waaronder het beroemde duet Au fond du temple saint, maar ook bekende werken uit La Traviata, Nabucco en L’Elisir d’Amore. Het concert begint om 20.00 uur, de kerk is vanaf 19.30 uur geopend. De toegang is gratis; na afloop wordt een collecte gehouden.
Gewoon tellen
Tijdens de pauze schuif ik met Marco Bons aan voor een kop koffie. Marco Bons moet lachen als hij vertelt hoe een nieuwe opera wordt gekozen. ,,Dat is minder romantisch dan je misschien denkt. We tellen gewoon de bladzijden. Hoe meer muziek voor het koor, hoe aantrekkelijker de opera voor ons is. Daarna kijken we naar het aantal solisten en de omvang van het orkest.”
Hoewel voor de uitvoeringen professionele solisten en orkestleden worden ingehuurd, blijft volgens Bons het koor het hart van de productie. ,,De solisten en het orkest sluiten pas later aan. Soms krijgen we vlak voor de uitvoeringen nog ondersteuning van een extra koor, maar uiteindelijk draait het om het totaalplaatje. Het verhaal, het orkest, de solisten én vooral het koor moeten samen overtuigen.”
Zijn liefde voor muziek kreeg hij van huis uit mee. ,,Ik kom uit een muzikaal gezin. Mijn ouders maakten veel muziek, dus het was vanzelfsprekend dat ik die kant op zou gaan.” Na zijn studie viool, orkest en koordirectie aan het conservatorium werd hij dirigent en muziekdocent. Inmiddels staat hij al jarenlang voor Belcanto.

Na de pauze gaat de repetitie verder. Voordat ik vertrek, loop ik nog eenmaal de repetitiezaal binnen. Meteen spreekt een koorlid me aan. ,,Kom je niet meezingen? We hebben een groot tekort aan mannen”, zegt ze lachend. Bij de tenoren zingt inmiddels zelfs een vrouw mee om de partij te versterken.
Ik bedank vriendelijk voor de uitnodiging. Heel even denk ik: daar ben ik nog te jong voor. Pas op de fiets naar huis dringt het tot me door hoe vreemd die gedachte eigenlijk is. Waarschijnlijk is het precies andersom: ik zou juist een van de oudere leden van het koor zijn.
Misschien is dat wel de grootste kracht van Belcanto. Leeftijd speelt geen rol. Wat telt, is de liefde voor muziek en het plezier om samen iets moois neer te zetten.
Foto: Frits Rijperman

